donderdag 16 juni 2011

Muziekgek (136)

Pinkpop 2011 in Landgraaf is verleden tijd. Nederlands beroemdste popfestival is uitgegroeid tot een driedaags spektakel. Veertig bands speelden zaterdag 11 tot en met maandag 13 juni in het Zuidlimburgse. De toeschouwersaantallen logen er niet om: zaterdag 66.000, zondag 60.000 en maandag een uitverkocht huis met 67.000 liefhebbers. Welja, dat gaat goed. Maar dan. Van al die veertig bands ken ik er geen één.
Coldplay (foto links), Kings of Leon, The Bloody Beetroots Death Crew 77, Lifehouse, Band of Horses? Het zijn slechts namen. Mooie, dat wel. Ik lees op de weblog van oud-collega en Limburger Rolf Finders mooie gedachtenspinsels over Pinkpop 2011. Met schitterende foto´s (zie Vak Finders). De gedachtenspinsels begrijp ik, maar zodra het over muziek gaat, raak ik de noten kwijt. Oké, ik woon bijna acht jaar in Brazilië, het mag een excuus zijn. En ik hou van Braziliaanse muziek, daarover zometeen. Maar het is maf de actuele popmuzikale draad compleet kwijt te zijn.
Waarom? Omdat ik een muziekgek was. Voor ik op 23 november 2003 emigreerde van Nederland naar Brazilië heb ik al mijn bezittingen van de hand gedaan. Dus ook een verzameling elpees, singles en cd´s. Blues, jazz, rock, country(-rock), hardrock, heavy metal, Nederpop. Duizenden elpees. Netjes in één grote wandkast, netjes op alfabetische volgorde. Complete verzamelingen, ruim tweeduizend verschillende artiesten, vanaf de jaren zestig. Zeldzame persingen, van alles. Ook tientallen muziekboeken, biografieën. Alle pop-encyclopedieën van Oor (foto rechts), wie kent ze nog? Materialisme is me vreemd, maar de verkoop van die muziekverzameling deed pijn, veel pijn. Jarenlang rommelmarkten af, obscure tweedehands platenzaken bezoeken in heel Nederland, naar Duitsland voor beter geprijsde nieuwe elpees. De ware fanaat, de ware verzamelaar. Geen band of ik had er minimaal één nummer van. Kom daar nu maar eens om!
Nog even Nederland. Nog even Pinkpop. Prachtige herinneringen. Augustus 1977, de eerste schreden op de School voor de Journalistiek in Utrecht. Een Limburgse medestudent schiet me aan. ´´Ik regel altijd perskaarten voor Pinkpop, kan volgend jaar niet, wil jij ze hebben?`` Niet tegen dovenmansoren. Verzoek om twee perskaarten. Schriftelijk. Een grote teleurstelling, want grote baas Jan Smeets van Pinkpop houdt de deur dicht (links actuele foto van Smeets, destijds had hij nog pikzwart haar). ´´Iedereen van de School voor de Journalistiek wil ineens gratis naar binnen én met perskaarten. Ik weet niet meer wie ik wel en wie ik niet moet toelaten. Daarom besluit ik niemand meer een perskaart te geven.`` Einde verhaal. Het is al begin mei, niet veel tijd meer. Ik bel naar Smeets en vraag om een interview met hem. Dat staat hij toe. Ik reis af naar Geleen, praat bijna drie uur met hem. Na afloop vraag ik zo onverschillig mogelijk en langs de neus weg en met een kloppend hart of hij nog even twee perskaarten kan regelen voor me. Om mijn verhaal meer body te geven. ´´Geen probleem``, zegt de rondborstige Smeets. Ik juich van binnen, mijn plannetje lukt. Het intervieuw wordt nooit uitgeschreven, dom achteraf. Smeets legt zijn hart bloot en vertelt over fascinerende gebeurtenissen achter de schermen. Gemiste kans, dat wel, maar aan de andere kant, ik ben binnen.
Het is maandag 15 mei 1978 een kille en asgrauwe dag als ik samen met vriend Evert naar Pinkpop ga. Nog op Sportpark Geleen en slechts één dag (foto rechts). Het wordt een waanzinnig feest. John Peel doet de presentatie. John Peel? Ja, die beroemde Engelse discjockey en radiopresentator van de BBC. Op het veld zo´n 42.000 liefhebbers. Wij zijn meer achter de schermen dan op het veld te vinden. Als de bands spelen, staan we helemaal vooraan, op een afgezette strook, speciaal voor genodigden. Een spektakel is het, het kan niet anders. Het Limburgse Partner bijt de spits af. Kayuta Hill, wat een prachtnummer. Daarna gaat het los: Mothers Finest, Jonathan Richman and the Modern Lovers, Robert Gordon & Link Wray, een waanzinnig swingende Graham Parker and the Rumour, Journey en de fenomenale afsluiter Thin Lizzy (foto boven). Absoluut geen ´jonge-meisjes-bands met een hoog Cola-Light-gehalte`, zoals Rolf Finders op zijn blog schrijft. Pure kwaliteitsrock. Evert en ik hebben de dag van ons leven achter de schermen, in kleedkamers met popsterren, gratis dure whisky drinken, het kan niet op. Pinkpop is zwaar oké.
De Braziliaanse tegenhanger van Pinkpop is met een beetje fantasie Rock in Rio. Niet vanaf 1970 zoals Pinkpop, maar vanaf 1985. Een negendaags popfestival maar liefst, die eerste editie, in Rio de Janeiro. Rock in Rio is immens populair anno 2000 en nog steeds een meerdaags festival. Ik ga er niet naartoe, want de bands die er spelen, zijn voor mij weinig interessant. Het is voor negentig procent internationale rock. Mainstream. Van Queen, Rod Stewart tot Iron Maiden en Queenryche. Natuurlijk ook Braziliaanse muziek, maar meer aan de kantlijn.
Braziliaanse muziek. Inmiddels heb ik een redelijke gevulde cd-kast. Niet te vergelijken met die elpeekast van toen. Dat wordt het ook nooit. Maar wel met Braziliaanse muziek uit vele windstreken van het Latijns-Amerikaanse continent. Brega, bossa nova, sertaneja, musica caipira, axé, samba, samba-reggae, forro. Favorieten? Ivan Lins (foto rechtsboven), Yvette Sangalo, Simone, Olodum, Tom Jobim, Ed Motta, Bruno e Marrone. Om er enkelen te noemen.
Brazilië is weids, ruim vijfhonderd keer groter dan Nederland. Dat betekent verschillende culturen, dat betekent verschillende soorten muziek. Drie ´regio´s` ken ik redelijk goed: Rio de Janeiro en de staten Bahia en Goiás. In Rio regeren samba en bossa nova, in Bahia samba-reggae en axé en in Goiás sertaneja. Het is werkelijk fascinerend hoe genoemde muzieksoorten perfect passen bij genoemde stad en staten.
Herinneringen? Jawel. In begin 2000 in een auto aan het begin van een stapavond in Rio de Janeiro. Op een regenachtige en donkere zaterdagavond, langs de stranden van Leme, Copacabana en Ipanéma. Muziek in de auto. Zachtjes. Tom Jobim zingt, een van de aartsvaders van de bossa nova, van de Latijns-Amerikaanse muziek (foto links). Hij leeft niet meer, hij stierf in 1994 in New York. Wie kent niet The Girl from Ipanema, de Amerikaanse uitvoering van Garota de Ipanema? De cariocas, de bijnaam van inwoners van Rio de Janeiro, maken zich op voor een nieuw uitgaansfeestje in Zona Sul, het zuidelijke en betere deel van de stad. Netjes gekleed, stijlvol bewegend over straat. Daar past de jazzy bossa nova perfect bij. De muziek vult aan, verdiept, geeft een extra dimensie aan Rio.
Heel wat anders dan Salvador, de hoofdstad van Bahia. Heel wat anders dan Olodum no Pelourinho. Oftwel de ook in Nederland bekende Braziliaanse slagwerkband Olodum in het historische en toeristische centrum van Salvador. Opzwepende ritmes die maar niet stoppen, ze zijn de tweede huid van het hete, zwarte en mystieke Bahia. Het is axé. Een begrip uit de Braziliaans-Afrikaanse godsdienst Candomblé. Het betekent bovennatuurlijke krachten. Een betere benaming voor deze in Bahia in de jaren tachtig tijdens carnaval ontstane muziek bestaat niet. Het is een samensmelting van vier soorten, waaronder calypso en reggae.
Axé. Als het maar ritme is. Want op ritme is het dansen. En dansen is Bahia. In 2005 woon ik in Porto Seguro, een uitgemolken toeristisch stranddorp in het zuiden van die staat. Vaak naar de enorme strandtenten met axé-optredens. Bands met slanke en sexy dansende juffrouwen. Prachtige damesbillen, minuscuul bedekt. En dansen, en schudden (foto rechts). Het is super geil en dat is de opzet. Het hoort bij het ook sensuele Bahia. Geen tweede, maar een eerste huid.
Een schril contrast met Goiás, dat sloom afsteekt bij Bahia. Een uitgestrekte boerenstaat in het centrale westen van Brazilië. Cowboys, rijlaarzen met sporen, prachtige paarden, rodeos. Platteland, glooiend, veel groen, boerderijen. Koeien en varkens. Ik woon nu in Goiãnia, de hoofdstad van Goiás. Bij tijd en wijle zit ik weer eens in een auto. De chauffeur is een vriend. We rijden naar een dorpje, honderden kilometers in het binnenland. Muziek in de auto. Sertaneja. Country. Voor 99 procent gezongen door duo´s, twee mannen. Het gaat over (verloren) liefdes, over het harde bestaan, over een leven zonder vooruitzichten. De cd-speler staat loeihard. Het is heet, de raampjes van de auto staan wijd open. Wind moet koelte brengen. De chauffeur draagt een versleten cowboyhoed en zingt hard mee met de cd. Bruno e Marrone (foto links). E betekent en. Ik zwijg, leg mijn linkerarm om zijn schouders. Een koud groot blik bier in de rechterhand. Het scheelt er nog maar aan of de ogen worden vochtig. Goiás is geen staat voor axé of voor bossa nova. Goiás zal nooit de stijl van Rio de Janeiro kunnen uitstralen of het geile mystieke van Bahia. Het is er simpel, het is er ruw, het is er doorzichtig. Dat is sertaneja. Met veel tranen, dat wel. Ivan Lins treedt op in Goiãnia. De zaal is half gevuld. Ik ben er bij, hij is mijn idool. Voor mij hét Braziliaanse concert van mijn leven. Maar er is amper sfeer. De in Rio de Janeiro geboren en getogen zanger/componist is verre van populair in Goiás. Hij spreekt en zingt een andere taal. Jammer misschien, maar wel zo logisch.
Conclusies? Muziek is van alle tijden, van alle culturen en smaken verschillen. Lekkere tot op het bot afgekloven clichés, niet? Het doet me niks. Rolf, ik beloof plechtig op een goede dag op You Tube te surfen. Voor een muziekvideootje van Band of Horses, The Bloody Beetroots Death Crew 77 of Lifehouse. Misschien is het wat. Want ik blijf natuurlijk muziekgek.

1 opmerking:

  1. In gedachten zwerf ik nog door je kleine, propvolle kamertje in Leusden: pasfoto's van tientallen prachtige, onbereikbare meisjes; muren, waar een ieder die binnekwam wel iets op moest schrijven, maar bovenal muziek, muziek en daarenboven veel muziek. Yes: groots en toonzettend. Maar ook de kennismaking met Todd Rundgren (wie zou hem nu nog kennen?) en de gekte om alles, maar dan ook werkelijk alles van de man te moeten hebben: eigen elpees, covers door wie dan ook, alles wat door hem werd geproduceerd; kortom alles. En als verassing kwam daar opeens de verzameldrift van alles wat met Agneta Faltskogg(?) had te maken. Oke, in die tijd een lekker wijf, maar muzikaal?? En o ja, een fantastische gitarist

    BeantwoordenVerwijderen